Zonder illiquide assets is een beleggingsmix suboptimaal

Pensioenakkoord: de duivel zit in de details

De grote lijnen van het nieuwe pensioenstelsel zijn duidelijk. Maar zoals zo vaak schuilt de duivel in de details. De komende periode liggen er tal van belangrijke ‘details’ op de bestuurstafel. Om bestuurders te helpen bij het maken van de juiste keuzes publiceren we een serie blogs waarin onze transitieversnellers verschillende onderwerpen belichten. De beleggingsles van Roelof Salomons, chief investment officer a.i. bij Blue Sky Group, is om de illiquide assets niet te vergeten in de transitie.


Roelof Salomons

chief investment officer a.i

Lifecycles worden leidend in het nieuwe pensioenstelsel. In de solidaire premieregeling deel je rendementen toe aan deelnemers, in de flexibele premieregeling heeft iedere deelnemer zijn eigen vermogenspotje. De essentie blijft echter hetzelfde: de pot moet zo goed mogelijk worden belegd. De belangrijkste beleggingsles voor fondsen die overstappen is dat zij in de transitie niet het kind met het badwater weggooien. Vergeet niet om illiquide beleggingen mee te nemen in de toekomstige lifecycles.

Beleggingsmix pensioenfonds sluit niet aan bij huidige DC-regelingen

Bij de vergelijking tussen de huidige beleggingsmix van pensioenfondsen, die vermogen collectief beheren, en de bestaande DC-regelingen, die een meer individuele insteek hebben, vallen drie zaken op. Ten eerste het verschil in rentegevoeligheid, een onderwerp voor een aparte blog. Ten tweede dat deze regelingen voornamelijk draaien op de verdeling tussen aandelen en obligaties. Simpel gesteld is de lifecycle-vuistregel: de aandelenweging in de beleggingsmix is 100% minus de leeftijd van de deelnemer. Het derde en grootste verschil zit in de toepassing van illiquide beleggingen. De meeste DC-regelingen nemen die niet of nauwelijks mee in de beleggingsmix. Transparant, simpel, goedkoop, maar dat betekent niet dat het de beste regeling is voor de deelnemer.

 De meeste DC-regelingen zijn nu nog suboptimaal

Geen gebruik maken van het volledige beleggingsspeelveld is namelijk niet in het belang van de deelnemer. En niet in lijn met de huidige portefeuille van pensioenfondsen. Het is natuurlijk niet voor niets dat we nu aandelen en obligaties aanvullen met illiquide assets. Ze zijn weliswaar relatief duur, maar leiden op de lange termijn wel tot een hoger rendement, een hogere uitkering en minder bewegelijkheid. Daarmee is het een betere propositie. Kosten gaan hier voor de baten uit. Bij de transitie naar het nieuwe stelsel zullen fondsen hier rekening mee moeten zouden. Bij het vaststellen van de lifecycles moet er een zo breed mogelijk pallet zijn.

De premie van verhandelbaarheid

Het hogere rendement is compensatie voor het gegeven dat illiquide assets niet onmiddellijk te verhandelen zijn. Dat maakt het op de lange termijn ook een aantrekkelijke belegging.  Maar de ene illiquide asset is de andere niet. Een hypotheek is illiquide, maar heeft kasstromen en wordt uiteindelijk afgelost. Het heeft daarmee een veel lagere risicopremie in vergelijking met staatsobligaties dan bijvoorbeeld private equity versus publiekelijk verhandelbare aandelen. Hoe frequenter een illiquide asset te verhandelen is, hoe lager de compensatiepremie. Hetzelfde geldt voor vastgoed. Het zijn wellicht dezelfde onderliggende stenen maar een beursgenoteerd vastgoedproject is vaker te verhandelen dan een die niet beursgenoteerd is. In plaats van illiquide assets categorisch af te wijzen is het dus raadzaam om genuanceerd te kijken welke asset classes passend zijn. Voor zowel de opbouw van pensioen, waar de lange beleggingshorizon loont. Maar ook voor de uitkeringsfase, waar inkomsten belangrijker zijn.

Waarderen is ook een uitdaging

Ongeacht de gekozen pensioenregeling is de grote uitdaging van illiquide beleggingen de waardering. Hoe kom je tot een waardebepaling en hoe wijs je rendement toe? Een deelnemer die de pensioenleeftijd ziet naderen wil minder risicovol beleggen en ruilt aandelen in voor obligaties, maar zal ook illiquide assets van de hand doen. In een collectiviteit ‘verkoop’ je aan de volgende generatie, maar evengoed moet je dan de assets waarderen. En als er minder jongeren in het fonds deelnemen moet de asset voldoende liquide zijn om die op de markt te kunnen verhandelen.

Aan de slag

Uitdagingen zijn er om op te lossen. En laten we eerlijk zijn. Dit is allemaal geen onoverkomelijke uitdaging. Daarmee is de weg vrij om de deelnemer optimaal te laten profiteren. Welke regeling u ook kiest. Het is tijd om aan de slag te gaan en de lifecycles te maken die leiden tot het beste pensioenresultaat.

Download hier de integrale PDF-versie van onze infographic over het transitieproces.